Leerlingbegeleiding en -ondersteuning
De mentor is voor leerlingen en ouders het eerste aanspreekpunt bij vragen over de ontwikkeling en begeleiding van een leerling. Wanneer er zorgen zijn over bijvoorbeeld leren, schoolaanwezigheid, gedrag of sociaal-emotionele ontwikkeling, kijken we samen met leerling en ouders wat nodig is.
Ondersteuning vindt zoveel mogelijk plaats in de klas en binnen het mentoraat. Wanneer meer nodig is, kunnen de leerlingcoördinator, intern begeleider, schoolmaatschappelijk werker of het ondersteuningsteam worden betrokken. Waar nodig werken we samen met deskundigen buiten de school. We maken afspraken over de ondersteuning en volgen of deze voldoende helpt. Bij meer structurele ondersteuning kunnen afspraken worden vastgelegd in een maatwerkplan en/of ontwikkelingsperspectief (OPP). Leerling en ouders worden hierbij betrokken.
Ons ondersteuningsaanbod
We onderscheiden drie niveaus van ondersteuning. Een leerling kan, afhankelijk van wat nodig is, ondersteuning krijgen binnen één of meerdere niveaus. De beslisroute helpt om steeds te bepalen welke expertise passend is.

Basisondersteuning
Basisondersteuning is het onderwijs en de begeleiding die voor alle leerlingen beschikbaar zijn binnen de reguliere onderwijssetting. Het gaat onder andere om goed onderwijs en differentiatie, een sterk mentoraat, aandacht voor welzijn en sociale veiligheid, schoolaanwezigheid en het tijdig signaleren en opvolgen van ondersteuningsvragen.
Dyslexie en dyscalculie vallen inhoudelijk onder de intern begeleider (IB). IB denkt mee over passende ondersteuning en faciliteiten binnen de daarvoor geldende afspraken. Dyslexie of dyscalculie op zichzelf is geen reden voor een ontwikkelingsperspectief (OPP)
Basis Plus
Wanneer de basisondersteuning tijdelijk niet voldoende aansluit, kan laagdrempelige en gerichte ondersteuning worden toegevoegd. Basis Plus blijft onderdeel van de basisondersteuning en vereist niet automatisch een OPP.
remedial teaching (RT) en extra begeleiding bij leren en studievaardigheden;
consultatie, observatie en handelingsadvies door de intern begeleider;
ondersteuning bij executieve functies, faalangst, dyslexie en dyscalculie;
kortdurende individuele begeleiding of begeleiding in een kleine groep;
gesprekken met schoolmaatschappelijk werk bij sociaal-emotionele vragen of vragen rond welzijn;
extra ondersteuning bij aanwezigheid, gedrag, motivatie, sociale veiligheid of ouder-schoolcontact;
gerichte coaching of extra uitdaging en talentontwikkeling.
Extra ondersteuning
Extra ondersteuning is bedoeld voor leerlingen die intensievere, langduriger of meer specialistische begeleiding nodig hebben dan binnen de basisondersteuning kan worden geboden. De school bepaalt samen met leerling en ouders/verzorgers welke inzet passend en haalbaar is.
een ontwikkelingsperspectief (OPP) met doelen, onderwijs- en ondersteuningsbehoeften, afspraken en evaluatiemomenten;
een intensief maatwerktraject of specialistische begeleiding binnen de mogelijkheden van de school;
bespreking in het interne schoolondersteuningsteam (SOT) wanneer meerdere interne expertises nodig zijn;
bespreking in het externe SOT wanneer aanvullende expertise of samenwerking met ketenpartners nodig is;
samenwerking met onder meer Koers VO, CJG, jeugdverpleegkundige of jeugdarts, leerplicht, jeugdteam, OPDC en andere passende partners.
Ontwikkelingsperspectief (OPP)
Voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, wordt volgens de geldende criteria een ontwikkelingsperspectief (OPP) opgesteld. In het OPP staan de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften, doelen, afspraken en de wijze waarop de voortgang wordt gevolgd. Het OPP wordt samen met leerling en ouders opgesteld en minimaal jaarlijks met leerling en ouders geëvalueerd. Ouders hebben instemmingsrecht op het handelingsdeel en leerlingen hebben hoorrecht. Voor ondersteuning binnen de basisondersteuning is niet automatisch een OPP nodig; dit geldt ook voor dyslexie en dyscalculie wanneer de benodigde ondersteuning binnen de basisondersteuning kan worden geboden.
Als meer ondersteuning nodig is
Wanneer een ondersteuningsvraag breder of complexer is, kunnen verschillende professionals binnen school samen kijken wat een leerling nodig heeft. Als ook expertise van buiten de school nodig is, werken we samen met passende externe partners. Leerling en ouders/verzorgers worden bij de ondersteuning en afspraken betrokken.
Grenzen en zorgplicht
De ondersteuning moet passen binnen de deskundigheid, personele capaciteit, groepssituatie, veiligheid en voorzieningen van de school. De school kan geen permanent individueel toezicht, medische behandeling of specialistische jeugdhulp bieden. Wanneer de benodigde ondersteuning onvoldoende binnen ons aanbod kan worden georganiseerd, bespreken we dit zorgvuldig met leerling en ouders/verzorgers. Vanuit de zorgplicht onderzoeken we samen met het samenwerkingsverband een passende onderwijsplek of vervolgroute.
Inspraak van leerlingen op het ondersteuningsaanbod
Voor vaststelling van de schoolgids hebben alle leerlingen de gelegenheid gekregen hun mening te geven over het ondersteuningsaanbod. Leerlingen zijn geïnformeerd over het ondersteuningsaanbod en de beslisroute. Mentoren hebben hier aandacht aan besteed in de mentorles en leerlingen konden vragen, opmerkingen of suggesties meegeven. Ook de leerlingenraad is betrokken. De vragen, reacties en suggesties zijn verzameld en - waar relevant - meegenomen bij de verdere ontwikkeling van het ondersteuningsaanbod.
Leerlingen gaven onder meer aan dat zij behoefte hebben aan duidelijke aanspreekpunten, laagdrempelige ondersteuning en heldere informatie over waar zij met een hulpvraag terechtkunnen. Naar aanleiding hiervan zijn de rollen van mentor, leerlingcoördinator, intern begeleider en schoolmaatschappelijk werk verduidelijkt en is de beslisroute opgenomen in de schoolgids. Andere suggesties worden betrokken bij de verdere ontwikkeling van het ondersteuningsaanbod.
Onderdeel | Wat de school biedt aan basisondersteuning |
|---|---|
Mentoraat | De mentor volgt resultaten, aanwezigheid, gedrag en welbevinden, voert minimaal twee voortgangsgesprekken per schooljaar, onderhoudt contact met ouders/verzorgers en legt relevante afspraken vast in Magister. |
Welzijn en veiligheid | Een positief en veilig pedagogisch klimaat, vroegsignalering, sociaal-emotionele begeleiding, aandacht voor groepsvorming en handelen volgens het anti-pestprotocol en de meldcode. |
Aanwezigheid | Vroegtijdig signaleren van verzuim en opvallende patronen, gesprekken met leerling en ouders/verzorgers en uitvoering van het verzuimprotocol, waar nodig samen met leerplicht en jeugdarts of GGD. |
Dyslexie en dyscalculie | Passende faciliteiten en begeleiding binnen de geldende afspraken. De intern begeleider denkt mee over onderwijsbehoeften en aanpassingen. Dyslexie of dyscalculie is op zichzelf geen reden voor een OPP. |
Keuzes en talent | Loopbaanoriëntatie en begeleiding, differentiatie, talentontwikkeling en extra uitdaging, waaronder de TOM-klas (Talent-Op-Maat). |
wie | wat |
|---|---|
Vakdocent | Signaleert, differentieert in de les en bespreekt zorgen met de mentor. |
Mentor | Is eerste aanspreekpunt, voert de regie op de dagelijkse begeleiding, onderhoudt contact met leerling en ouders/verzorgers en legt afspraken vast in Magister. |
Intern begeleider | Brengt leer- en ondersteuningsbehoeften in kaart en adviseert over executieve functies, studievaardigheden, faalangst, dyslexie, dyscalculie en didactisch handelen. |
Leerlingcoördinator | Coördineert begeleiding bij gedrag, motivatie, sociaal-emotionele ontwikkeling en veiligheid. |
Aanwezigheids- coördinator | Monitort aanwezigheid, herkent patronen, voert het verzuimprotocol uit en onderhoudt waar nodig contact met leerplicht. |
Schoolmaatschappelijk werk | Biedt begeleiding bij sociaal-emotionele en maatschappelijke vragen en ondersteunt zo nodig bij verwijzing. |
Ondersteunings- coördinator | Bewaakt samenhang en kwaliteit, coördineert intern en extern SOT en verbindt interne en externe expertise. |
Afdelingsleider | Bewaakt onderwijs, ondersteuning en veiligheid binnen de afdeling en besluit waar nodig over opschaling of maatregelen. |
Veiligheid, welzijn en gedrag
Sociale en fysieke veiligheid
Sociale veiligheid begint bij hoe we dagelijks met elkaar omgaan, in de klas, in de school en online. We besteden aandacht aan een positief klimaat en aan het voorkomen van pesten, uitsluiting en discriminatie. Wanneer een leerling wordt gepest of zich onveilig voelt, is de mentor meestal het eerste aanspreekpunt. De mentor bespreekt met de leerling en ouders wat er speelt en betrekt waar nodig de leerlingcoördinator. We maken afspraken over wat nodig is en volgen de situatie totdat voldoende duidelijk is dat de veiligheid is hersteld.
Pestgedrag wordt begrensd. Waar dat passend en veilig is, is er aandacht voor reflectie, verantwoordelijkheid en herstel. De school werkt hierbij volgens het actuele anti-pestprotocol.
Jeannette Tieman is de anti-pestcoördinator van de school. Ouders en leerlingen kunnen ook rechtstreeks contact met haar opnemen voor advies of om een situatie te bespreken. Zij denkt mee en helpt om de juiste route binnen de school te bepalen. Daarnaast adviseert zij de school over de aanpak en het beleid rond pesten en sociale veiligheid.

Gedragsverwachtingen
We behandelen elkaar respectvol en volgen aanwijzingen van medewerkers op.
We zorgen voor rust en een ordelijke werksfeer in lessen en gemeenschappelijke ruimten.
Discriminatie, intimidatie, bedreiging, geweld en vernieling zijn niet toegestaan.
Schoolregels gelden ook tijdens excursies, reizen, feesten en andere activiteiten onder verantwoordelijkheid van de school.
Bij incidenten kiest de school een passende, proportionele maatregel en betrekt zij ouders.
Telefoonbeleid
Op school geldt: thuis of in de kluis. Mobiele telefoons, smartwatches, oordoppen en vergelijkbare persoonlijke apparaten worden tijdens de schooldag niet gebruikt, tenzij een medewerker voor een onderwijsactiviteit uitdrukkelijk toestemming geeft. Op medische of andere zwaarwegende gronden kan via de schoolleiding dispensatie worden aangevraagd.
Schorsing en verwijdering
Bij ernstig of herhaald grensoverschrijdend gedrag kan de school maatregelen nemen, waaronder schorsing. Verwijdering is een uiterste maatregel. De school volgt daarbij de wettelijke procedure, hoort betrokkenen, motiveert het besluit en zorgt waar nodig voor voortgang van het onderwijs. De leerling ontvangt altijd het behaalde diploma; deelname aan een feestelijke bijeenkomst kan alleen na een zorgvuldig en proportioneel besluit worden beperkt.
Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
OSG Hugo de Groot / Stedelijk Lyceum Rotterdam werkt volgens de wettelijke meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Medewerkers zijn alert op signalen van onveiligheid en handelen volgens de vijf stappen van de meldcode. Signalen en zorgen worden zorgvuldig en feitelijk vastgelegd en gewogen. Binnen de school is de rol van aandachtsfunctionaris huiselijk geweld en kindermishandeling belegd bij de ondersteuningscoördinator. De aandachtsfunctionaris ondersteunt medewerkers bij het zorgvuldig doorlopen van de meldcode en voert de regie bij de afweging en een eventuele melding bij Veilig Thuis. Waar nodig wordt advies gevraagd aan of samengewerkt met Veilig Thuis.
Bij het handelen staat de veiligheid van de leerling voorop. Ouders/verzorgers en de leerling worden betrokken bij de stappen die worden gezet, tenzij dit de veiligheid van de leerling of anderen in gevaar kan brengen.
De vijf stappen
Breng signalen in kaart.
Overleg met de aandachtsfunctionaris en raadpleeg zo nodig Veilig Thuis.
Bespreek de zorgen met ouders/verzorgers en de leerling.
Weeg de aard en ernst van de onveiligheid met behulp van het afwegingskader.
Beslis over passende hulp en/of een melding bij Veilig Thuis.